De taxichauffeur
Mooi verhaal weer……. ‘
De dag na het Leids Ontzet, dat hier altijd met grote getallen in opkomst op de ambassade gevierd word met haringen, hutspot, witte brood en overdadige hoeveelheden Heineken bier, heb ik vier vergaderingen. Nu is dat meestal een beetje veel van het goede voor wie dan ook, maar met de ver uiteen liggende locaties in Tokyo en een flinke kater, stap ik na de eerste van de vier in Kamiyachou op de taxi. Bij het instappen begroet ik de taxichauffeur met een niet meer dan normaal “Ohayo gozaimasu” ofte weI goedemorgen. Hierop schrikt te taxichauffeur en vraagt me of ik Japans spreek. Enigszins retorisch maar ik besluit bescheiden te antwoorden met “een beetje”. De vraag zette me aan het denken maar ik liet het van me afvallen, taxichauffeurs in Tokyo hebben wel vaker buitenlanders in de taxi en degene die goed gekleed en niet van heuptas of dreadlocks voorzien zijn spreken namelijk bijna allemaal Japans.
Na de magische woorden “Minimi Aoyama 4-chome” (ons adres) vraagt de taxichauffeur hoe ik wil rijden rechtdoor of rechtsaf. Ook dit is niet vreemd er zijn namelijk meerdere wegen die naar Rome leiden en zo ook naar ons huis. Ik geefhem door dat me rechtdoor het makkelijkste lijkt en we zijn op weg. So far, so good!
Dit alle is redelijk routinematig en ik zak achterover in de met kant beklede achterbank van de taxi. Starend naar buiten waar Tokyo landscape aan me voorbij schiet raak ik verzonken in gedachten over wat er in de vergadering besproken was en wat de volgende mij brengen gaat. Zo scheuren we vier kruisingen voorbij voordat ik bij mezelf denk “hadden we hier niet naar rechts gemoeten?”. Zodoende spreek ik de chauffeur aan en vraag hem of ik weI heb doorgegeven dat ik naar Minami Aoyama 4-chome wil.
“Ja” zegt de chauffeur twijfelachtig, “maar ik weet niet zo goed waar dat is”.
Alright, fair enough … “Kent u Aoyama?”
”Nee”
“Eeeehhhh .. Omotesando?” (grootste, bekendste winkel straat in Tokyo)
”Nee”
“Eeeeeh … OK, Roppongi Hills?” ”Nee die weet ik ook niet!”
Nadat ik even snel om me heen had gekeken of er niet ergens een verborgen camera hing dacht ik oplossingsgericht laat ik dan maar het stuur in handen nemen en de kerel per straat de richting wijzen, terwijl ik hem uitleg dat hij de volgende rechts moet pakken vraagt hij me: “Hoe lang zit je al in Tokyo?”, waarop ik antwoord: “ruim 3 jaar” en hij reageert met: “ik bijna een week!”
Terwijl ik enigszins perplex was ging hij direct verder met uitleggen dat hij uit het Noorden van het land kwam en recente1ijk zonder baan was komen te zitten. Hij was verhuist naar Toichi-ken, iets meer dan een uur van Tokyo en zijn vrouw en kind woonde nog in Hokkaido. Het geld in Tokyo was hier beter. Ik had eigenlijk helemaal geen zin om te praten maar de kerel was zo vriendelijk en constant verontschuldigend na iedere “links” of “rechts” die ik hem commandeerde, vroeg ik hem hoe hij het in Tokyo vond tot dusver. Hij vond het allemaal wei mooi maar er waren zo veel mensen alleen.
Na een korte stilte besloot ik hem maar wat dingen te vertellen over de wijken waar we doorheen reden. Hij luisterde met grote belangstelling en bleef zelf nog goed nadat ik hem vertelde dat hij misschien maar eens de kaart van Tokyo moest gaan bestuderen vanavond als hij thuis was. Zo reden we door Azabujuban richting Roppongi, eenmaal aangekomen bij de Mori tower van Roppongi Hills wees ik naar het gevaarte waarop de beste man zijn hoofd door het stuur heen stak en het enorme bouwwerk bijna aanbad. Het was zowaar de eerste keer dat hij de beruchte toren zag.
Na nog een tal soortgelijke ervaringen, Prada gebouw, de Aoyama bochi, kwamen we eindelijk aan op de plaats van bestelmming en bedankte de man mij vriendelijk en beloofde vanavond bij thuiskomst flink: de stratenboeken van Tokyo in te duiken.
Het was een “Unreal” begin van de dag en het kost je 1000 yen meer dan normaal, maar een van de leukste ervaringen die in Tokyo gehad heb.

